Elke doordeweekse ochtend tussen kwart over negen en half tien komt Jan Bouwes Bavinck vanuit zijn woonplaats Heelsum naar Oranje Nassau’s Oord. Hij stalt zijn fiets en loopt meteen door naar de kapsalon waar hij als vrijwilliger werkt. Hij is daar de assistent en rechterhand van Anneke en Myranda, de beide kapsters. Zonder hem zouden zij veel tijd verliezen aan het halen en brengen van hun cliënten. Nu doet Jan dat voor hen. Geef hem een naam en hij weet de persoon in kwestie te vinden. Stuur hem met 4 namen op pad en ook dan komen die mensen met hulp van Jan in de kapsalon. Meestal heeft hij eerder door dan Anneke welke naam bij welke persoon hoort als zij die aantikt op de kassa. Daar is hij secuur in. Het enige dat echt nodig is om zijn werk goed te kunnen doen, is een rustige start: elke ochtend altijd eerst een kopje thee.

Jan werkt er sinds twee jaar. Op 1 april 2015 maakten Anneke en hij kennis met elkaar. (Nee, dat is geen grap) en drie dagen later kon hij al beginnen. Dat was behoorlijk wennen. Sommige cliënten waren luidruchtig. Dan raakte hij zelf ook van slag. Nu kent hij de mensen en is het zo erg niet meer. Bovendien kennen zij hem nu ook. ‘Ze noemen Jan vaak schat of lieverd. Of ze zeggen jongen tegen hem ’, vertelt Anneke. Zij is zijn vaste aanspreekpunt en ondertussen zijn ze ook maatjes geworden. Als een van de twee op vakantie is, sturen ze elkaar een app hoe het gaat, of een foto.

Anneke weet precies wat er nodig is om Jan met plezier te laten werken. Zo zijn er weleens medewerkers van Zinzia die hem vragen om onderweg even iets af te geven, of een ander karweitje te doen. ‘ Dat is niet de bedoeling ’, legt Anneke uit. ‘ Hij werkt voor ons en als hij te lang weg blijft, maak ik mij ongerust. En voor Jan werkt het averechts als iedereen tussendoor van alles van hem wil ’. Omgekeerd weet Jan weer precies hoe hij Anneke aan het kappen houdt. Hij maakt de vloer schoon, veegt de haren aan, haalt vuile handdoeken weg en legt schone handdoeken terug. Als ze niet aan een pauze toekomt, schenkt hij voor haar en Myranda een kopje koffie of thee in. Altijd met een koekje erbij; Jan deelt graag uit. En tussen de middag droogt hij de vaat af.  Soms geeft hij de mensen te drinken die dat zelf niet meer kunnen. Met een handdoek onder hun kin, want koffievlekken op de kleding, daar houden ze in de kapsalon absoluut niet van. Op maandagmorgen, vaste klus, maakt hij de tondeuses schoon.

Elke  donderdag is er ook een ritueel. Dan gaan hij en Anneke samen lunchen in het Zinzia café met een kroketje erbij. De ene keer betaalt Anneke, de andere keer trakteert Jan. En als één van beiden op vakantie gaat, doen zij dat ook.

Tegen 14.00 uur zit zijn werkdag erop. Volgens Anneke zijn de twee kapsters en Jan het beste kleine team van Zinzia dat er is. ‘Dat komt omdat wij elkaar vaak complimenten geven als we goed hebben gewerkt. Jan houdt daar van. Maar wij zelf dus ook. Dat hebben wij door hem geleerd: dat het goed is om complimenteus te zijn ’.